dinsdag 29 december 2015

Bontewol op Ravelry

Toen ik afgelopen zomer het idee opvatte om een paar sokken te gaan breien als vakantiebezigheid, dook ik als eerste het internet op. YouTube vooral. Want hoewel ik als kind wel had geleerd om te breien, was ik op z'n minst behoorlijk roestig en beperkt. Rechts, averechts, steken opzetten of afkanten. Dat was het wel zo'n beetje. Voor inspiratie keek ik naar Pinterest en daar werd het me al snel duidelijk dat er zoiets bestond als Ravelry. Een online internationaal platvorm voor (o.a.) breiers.
Hoewel ik toen al snel een account aanmaakte (vooral om ter plekke makkelijker te kunnen browsen) vergat ik de keer daarop prompt m'n wachtwoord én m'n gebruikersnaam en raakte eigenlijk ook wel opgeslokt door het breien zelf, wat me inmiddels genadeloos had geïnfecteerd.
"Dat account zoek ik nog wel een keer uit", dacht ik maar steeds.

Nou.. daar moest het dus eerst kerstvakantie voor worden, blijkt.
Ben er even voor gaan zitten, maakte een nieuwe gebruikersnaam én wachtwoord aan en begon met het invullen van alle projecten die ik ondertussen van en op de pennen had. 

10 zijn dat er al. In een half jaar!! Ik weet nog wel dat m'n man een beetje moest lachen toen ik afgelopen zomer zei dat ik sokken wilde leren breien en allerlei sokkenwol aanschafte. Hij zou het knap vinden als ik 2 paar zou breien in een jaar!!!! HA!

Maar goed. Hoe handig Ravelry werkelijk is weet ik nog niet. Op dit moment lijkt het nog vooral een plek waar ik alles bij elkaar kan zetten. (wat ik eigenlijk al doe op deze blog.) en iets gerichter op kan rondspeuren. We zullen zien hoe het verder bevalt.
Mocht je eens virtueel willen langskomen, zou gezellig zijn... Ik ben te vinden onder de naam: "Bontewol" 

maandag 28 december 2015

Mijn eerste lopapeysa, deel 2

Zie hier voor Deel 1 over het maken van de lopapeysa.

Ja hoor. M'n eerste lopapeysa is eindelijk af. Het heeft uiteindelijk nog een hele tijd geduurd voordat ik aan de laatste stap begon: het openknippen van de knipbies (In het Engels 'steek' genoemd) en het plaatsen van de rits. Daar zag ik met gezonde weerstand tegenop. Het breien zelf was namelijk in 3 weken al gepiept, maar daarna lag ie dus meer dan het dubbele van de tijd te wachten op een moment van dappere moed.
De ochtend van eerste kerstdag was het zover.

Ik had eerlijk gezegd de dag ervoor al een klein beetje geoefend met de lopapeysa van m'n man, waarvan ik had beloofd dat ik 'm vóór de kerst af zou hebben (wat is gelukt!!) want daar zat ook een rits in. De deadline had daar wat vaart achter gezet, en zodoende kwam het er dan toch allemaal van. Anders had het goed nog een hele poos kunnen duren, misschien. Echt koud is het ook nog niet buiten.

Ik begon met het rijgen van twee gekleurde draadjes op de plek waar de knipbies loopt. 7 steken breed. Tijdens het breien had ik met die extra steken al rekening gehouden en op de plek van het schouderstuk (yoke) was dat ook de plek waar de draden wisselden van kleur. Een knipbies kan ook smaller zijn, zelfs tot maar één steek breed. Maar aangezien dit allemaal mijn eerste keer was leek het me beter om van een bredere knipbies uit te gaan.

Op de rand van gewone steek en knipbies heb ik met een haaknaald een rand gehaakt. Dit is een manier om de steken te verankeren zodat er niets te ver uitrafelt als je de bies eenmaal open knipt, maar het zorgt er óók voor dat de rand op dat punt mooi omklapt. De steken die op mijn bredere bies zitten vallen dan mooi naar binnen toe. Uitleggen hoe je die rand haakt gaat het best met een video ter demonstratie. Er zijn er meerdere op YouTube, je kunt googlen op termen als "crochet/crocheting(=haken)+steek(=knipbies)" hier is een willekeurige
Ik deed het zelf alleen niet bij élke steek, maar óm de steek. (Ik had het in eerste instantie wel bij elke steek gedaan maar de rand ging daar zo van kronkelen dat het geen geschikte optie was.) Dat zou ik nooit zelf bedacht/gedurfd hebben als ik het niet zo op de DVD van Ragga Eiríksdóttir had gezien (Knit your own lopapeysa).
Feitelijk zit dan niet elke steek verankerd, maar omdat daarna de rits er toch ingenaaid gaat worden is dat niet erg. Dan komen de steken daar wel mee vast te zitten. En met zo'n brede knipbies in wol loop je ook niet het gevaar dat het tussen knippen en naaien fout gaat. Al die steken kleven als het ware aan elkaar.

Natuurlijk kwam m'n lieftallige assistente Cous me al snel helpen. Waar zou ik zijn zonder haar?

Met dit als resultaat. Twee rijen waarbinnen veilig geknipt kan gaan worden.

Voordat ik dat ging doen knipte ik alvast aan de binnenkant de langere draadjes af die tijdens het breien van de yoke waren ontstaan bij het wisselen van de kleuren. Die draadjes vallen allemaal in de knipbies en dus tussen de twee opgehaakte rijen aan de voorzijde.

Tja, en dan is het toch gewoon een kwestie van doen. Knip, knip. Het is zo gedaan eigenlijk.

Zie je hoe mooi die gehaakte rijen ervoor zorgen dat alles netjes naar binnen wil vallen. Het ziet er meteen heel netjes uit.

Maar het engste moet eigenlijk nog. De rits. Ik heb een tijdje getwijfeld. Ga ik het er met de hand innaaien of met de machine? Met de machine ben ik altijd bang dat de draadspanning rare dingen gaat doen en 'm onnodig laat kronkelen. Maar het gaat wel een stuk sneller.

Nou ja, nu we toch stoer aan het doen zijn pak ik de machine erbij ook! Het is een erfstuk van m'n oma. (Jeweetwel, wijlen de oma die op haar wolk nauwlettend in de gaten houdt of haar jongste kleindochter wel de doorgegeven handwerktalenten voldoende benut en onderhoudt. Jahaaa oma.. kijk maar!) Er zit zelfs een ritsvoetje bij zodat ik mooi dicht bij de binnenrand van de steek kan komen.

Maar het blijft eng. Heel voorzichtig en rustig naai ik zo het geheel aan elkaar. Met m'n billen samengeknepen, dat wel.

Nou, niet slecht toch? Zou bijna vergeten dat het nu alleen nog maar een kwestie is van wat draadjes afwerken en het is zover. Zomaar opeens is m'n allereerste lopapeysa af!! Klaar om gedragen te gaan worden.
Hoor je dat winter? Ik ben klaar voor de vorst!


Ook bruine kip Opolla is erover te spreken. (Al heb ik haar wel omgekocht met wat meelwormpjes!)

Wol: Lett lopi wol
-1420 Murky: 7 bollen
-9417 Dark wine: 2 bollen
-0086 Light beige heather: 1 bol
-9431 Brick heather: 1 bol
-9427 Rust heather: 1 bol
-1419 Barley 1 bol
Pen: Rondbreipen 50/80 cm. dikte 4,0
Patroon: afgeleid van: Istex gratis patroon: Aftur
Techniek: Fair isle, Rondbrei, continentaal.

voor m'n eigen administratie:
Armen: 2 tegelijk op rondbreinaald. boord 2x 40 steken. over 50 cm. vermeerderen naar 2x 64 st.(elke 8e ronde)
Lijf: boord beneden: 168 + 7 (knipbies)= 175 steken old Norwegian cast on
33 cm tot aan okselhoogte. Aantal steken okselhoogte 180+7
Yoke: okselgat: minus 13 st.
totaal lijf (180-2x13)en armen 2x(64-13) bij okselhoogte=256+7 steken
armen 2x51, panden 2x77 +7
Patronen starten met ritme van 8 steken, na minderingen per 6 en later per 5 steken.

zaterdag 26 december 2015

Planning gehaald!

In de herfstvakantie ben ik begonnen aan een lopapeysa voor m'n man (lees er meer over hier), met de gedachte om 'm vóór de kerst af te hebben. Dat is krap twee maanden. Bij aanvang leek me dat ruim genoeg aangezien ik m'n eigen lopapeysa in 3 weken gebreid had.
Hmmm, ja. Maar dat was nog vóórdat er allerlei onvoorziene ontwikkelingen plaatsvonden op m'n werk. Het is echt ont-zet-tend hectisch geweest de afgelopen weken. Met als gevolg dat de trui in allerlei gestolen uurtjes verder afgemaakt moest worden. Ik nam 'm mee naar de wachtkamer van de tandarts, mee in de trein, mee naar bed, etc. Overal waar ik ook maar even kans zag wat tijd te doden. Elke ronde op de pennen is er één, alle beetjes helpen. Maar wát een gedoe. En wat een werk ook, een mannentrui is namelijk veel groter met veel meer steken op de pennen en véél langere stukken...zucht!!

Maaaar.. Het is gelukt!!
Van de pennen was ie vorige week al, maar toen moest ie nog gewassen worden én drogen...én de rits er nog in. Vooral die rits.. daar zag ik met enig ontzag tegenop, dat stelde ik toch maar uit voor een rustiger moment. En zoals dat wel vaker gaat precies een dag voor de mezelf opgelegde deadline. De dag voor kerst.

Tadááááááá, het onomstotelijke bewijs dat ie ook echt af is. Dat wilde ik toch even snel met de wereld delen. Behoorlijk voldaan gevoel. Het was wel even doorbijten en concentreren. 

Maar dan heb je ook wat. Het is echt zo gek om 'm zo af te zien. Als trui om een lichaam dat zich onafhankelijk van mij beweegt en dus niet alleen meer in mijn handen bestaat. Ben er heel erg trots op en kan m'n ogen er maar niet vanaf houden. (Live is ie ook nog eens veel mooier dan op de foto!)

Over het hoe en wat van het inzetten van een rits, in ieder geval de manier waarop ik het heb gedaan, zal ik eerdaags schrijven want inmiddels heb ik ook hetzelfde gedaan voor m'n eigen lopapeysa. Daar moest de rits ook nog in. De foto's moet ik nog bewerken dus dat komt later via een link onder deze post.
Eerst maar eens verder met kerst vieren. dwz, lekker rustig aan doen. We doen dit jaar vol overtuiging aan een stressless kerst en dat bevalt best goed.

Fijne tweede kerstdag iedereen!

Wol: Lett lopi wol (besteld hier)
-1407 Pine green heather (8 bollen)
-0052 Black sheep heather (1 bol)
-9421 Celery green heather (2 bollen)
Pen: Rondbreipen 50/80/100 cm. dikte 4,0
Patroon: afgeleid van: Istex Lopi, boek 29, 18 Var, blz. 29.
Techniek: Fair isle, Rondbrei, continentaal.

voor m'n eigen administratie:
Armen: 2 tegelijk op rondbreinaald. Van 52 st (bij boord = 26 cm.) naar 72st (bij oksel = 38 cm.) over 52 cm. lengte.
Lijf: 220 steken bij boord (116 cm), 224 bij oksel (118 cm) over 46 cm. Inzet rits vanaf 27 cm vanaf boord beneden.(start knipbies)
Yoke: start met 288 steken (deelbaar door 32, 24, 16 en 8)
Okselgat 16? steken.
Vanaf okselgat tot begin patronen yoke het aantal steken in effen gedeelte vermeerderen naar 288.

zaterdag 12 december 2015

Mijn eerste lopapeysa, deel 1


De eerste keer dat ik over het breien van m'n eerste lopapeysa schreef was hier, begin oktober. Na een aantal sokken was ik wel toe aan een ietwat groter en omvangrijker project. Dus na wat onderzoek en het kopen van de wol begon ik vol goede moed. Vandaag schrijf ik alvast het eerste deel van dat avontuur. Om voor mezelf op een rijtje te zetten wat er allemaal voorbij gekomen is.

De wol en het patroon:

Een echte lopapeysa brei je met echte wol. En een goed merk daarvoor is Lopi-wol. Het wordt in sommige breiwinkels verkocht en is op internet ook niet moeilijk te vinden. Lopi-wol is verkrijgbaar in verschillende diktes. Ik koos voor Létt-Lopi. Kleuren en hoeveelheden als volgt:
1420 Murky: 7 bollen
9417 Dark wine: 2 bollen
0086 Light beige heather: 1 bol
9431 Brick heather: 1 bol
9427 Rust heather: 1 bol
1419 Barley 1 bol

Het patroon is afgeleid van het gratis brei-patroon Aftur én van een bestaand vest uit m'n kast wat lekker zit. Het fijne van een bestaand patroon is dat het je wat houvast geeft, maar daar kun je best hier en daar van afwijken. Zo wilde ik een vest ipv een trui, en ook wat langere slankere mouwen met meer kleurpatronen en bovenaan een langere kraag. 

De mouwen:

Ik begon met de mouwen, van onder naar boven gebreid op een rondbreinaad van 80 cm, 4 dik. Ik koos ervoor om ze met twee tegelijk te breien, net zoals ik met m'n sokken doe. Het voordeel is dat de kleurpatronen zo makkelijker gelijk lopen, evenals de rijen waarop je meerdert, want mouwen lopen van smaller naar breder. Het opzetten van de steken op de naalden gaat dan overigens hetzelfde als bij sokken die je vanaf de boord oplaag breit (ipv van de teen omhoog zoals ik normaal doe.)
Het was wel wennen hoor, die Lopi-wol. Het is geen gladde wol zoals bij sokkenwol, maar het kleeft en haakt aan je vingers. Vooral als je een ruwe huid hebt. En het is makkelijker om te splijten, zodat je moet opletten dat de steken goed ingestoken worden. Maar als je er eenmaal aan gewend bent dan breit het heel fijn.
Bij m'n mouwen kwamen al gauw de fair isle patronen met meerdere kleuren. Voor mezelf de tip om dat de volgende keer iets losser te breien. Ik wilde de mouwen graag smal, dus het is geen probleem hier, maar het is wel goed om in m'n hoofd te houden dat fair isle al gauw de neiging heeft om strakker te worden.
De mouwen brei je van de polsboord tot aan het okselpunt. Ik hield daarvoor m'n bestaande vest als leidraad. Maar dan iets langer en smaller. 

Eenmaal de juiste lengte zet je de steken over op een draadje. Hier staat alles op een beigekleurig draadje, dezelfde kleur als de mouw zelf. Op het rode draadje staan een aantal steken vlak voor en na de start van een ronde (de onderkant van de mouw waar ook de meerderingen plaats hebben gevonden) Het is het okselgat, bij wijze van spreken. Die wordt pas helemaal op het eind dichtgenaaid als de trui af is. Wordt zodadelijk wel duidelijk. Knip de werkdraad van de mouw zelf wat langer af (degene die ik op de foto tussen m'n vingers hou) die heb je later nog nodig voor het afhechten.

Het lijf:

Met de mouwen gedaan en van de pennen, werd het tijd voor het lijf. Ook die wordt van de onderkant af naar boven gebreid. Dus je begint bij de boord. En net als bij de mouwen op een rondbreinaald van 80 cm, 4 dik.

Bij het opzetten van de steken plaats ik om de 10 steken een marker. Dan hoef ik niet steeds zo te tellen tussendoor. Ik gebruikte hier trouwens de Old Norwegian cast on voor Klik hier voor een YouTube-filmpje want dat is een erg slijtvaste steek. Op het moment dat je de eerste steek in de rondte gaat breien moet je erg opletten dat je steken op de draad niet gedraaid zijn, daar zijn die markers ook handig voor, ze zorgen voor wat gewicht of richting zodat je snel kan zien of er toch niet ergens een twist zit.

Eenmaal een eindje op weg haal ik al die markers weer weg trouwens, dan hebben ze hun functie gehad. Hier heb ik alleen twee rode elastiekjes op de naald waar de knipbies (voor de rits) later komt, en dus alleen een baan tricotsteek is. En een blauw elastiekje halverwege de achterkant. Dat laatste is niet echt nodig maar ik vindt het fijn breien als ik weet waar ik ongeveer ben op een ronde. 
Deze boord heeft trouwens het averechts continentaal breien er helemaal ingekregen. Vond het zo leuk om zo makkelijk 2 rechts 2 averechts af te wisselen. Was gewoon jammer toen de boord hoog genoeg was!

Op het moment dat er in het lijf de meerderingen komen zijn er nóg twee elastiekjes bijgekomen. Roze. Die geven de zijkant aan zodat ik wist waar de extra steken kwamen met links en rechts leunende meerderingen (Oftewel M1L en M1R = make one left, make one right.)
De groene marker die je ook op de foto ziet is om te kijken hoeveel rijen ik op een dag brei, dan zie je beter hoe je opschiet.

Hoe je M1R en M1L breit kun je bijvoorbeeld hier zien op een YouTube filmpje. Ik deed het steeds voor de laatste en na de eerste steek van het roze elastiekje.

Als je uiteindelijk de juiste lengte hebt van het lijf (dus van boord tot aan oksel) dan zet je ook hier bij beide helften, dus voor en na het roze elastiekje, een aantal steken op een apart draadje. Hetzelfde aantal als je ook bij de mouwen hebt gedaan.

En afgezien van die aparte steken brei je mouwen en lijf aan elkaar. Je breit dus bijvoorbeeld van middenvoorpand van het lijf naar de rechtermouw toe. Je stopt als je bij de aparte steken komt (hier op het rode draadje). Vanaf dat punt brei je de eerste steek naast het rode draadje van de mouw, en vervolgens de rest van de steken van de mouw totdat je weer bij het rode draadje komt. Vanaf dat punt brei je weer de steken van het lijf (de eerste steek naast het rode draadje van het lijf)


Het schouderstuk (Yoke):

Misschien laat bovenstaande foto het duidelijker zien, maar feitelijk brei je de mouwen aan het lijf vast en heb je in de oksel hetzelfde aantal steken op rode draadjes staan, maar dus nog als gat.
Hier zie je trouwens ook dat ik al met de kleurpatronen van het schouderstuk ben begonnen. Vandaar de groene elastiekjes die erbij zijn gekomen. Die geven een aantal steken aan die passen bij de repeterende kleurpatronen. Door die op te delen kan je sneller zien of je een foutje maakt. En dat gebeurde af en toe nog wel. Het is hier voornamelijk tellen en je hoofd erbij houden. En dus iets losser breien vanwege de fair isle patronen!! De kleuren wisselen hier steeds in het midden van de knipbies.

En soms ook wat welverdiende rust. Het gewicht van je trui is nu ook behoorlijk, je hebt een hele lap op je schoot hangen. Maar het einde komt in zicht. Veel minderingen ook, dus de rondes worden steeds kleiner, en zo ook de rondbreinaald. Op het eind had ik er een van 50 cm.

De afwerking:

Draadje inweven voornamelijk. Dat hoeft niet zo uitgebreid zoals bij gladdere wol trouwens, omdat de wol al zo goed aan zichzelf blijft haken. En alle gekleurde draadjes die uit de knipbies hangen hoeven helemaal niet ingeweven te worden. Maar wat wel moet gebeuren is het dichtmaken van de okselgaten. Dat doe je met de kitchener stitch. 

Daarvoor neem je de steken van beide rode draadjes op met een breinaald. Op bovenstaande foto is de kant met het roze elastiekje de kant van het lijf, en de onderste de mouw. Bij de mouw hangt nog een afgeknipte werkdraad halverwege de steken. Om die aan de voorkant van de steken te krijgen haal je de steken aan de rechterkant daarvan uit. 
De rode draadjes mogen ook weg, die hebben hun dienst gedaan. 
Hoe je de kitchener stich doet kun je hier zien op een YouTube filmpje

Wassen en drogen:

Nog voor de knipbies open word geknipt en de rits erin gaan wordt de trui eerst gewassen. Dat doe je met de hand en een beetje voorzichtig. En vooral niet te heet. Niet wringen, niet de trui steeds nat omhoog halen, maar zachtjes knijpen en voorzichtig bewegen. Klein beetje wolwasmiddel voor het schoonmaken en daarna goed spoelen met lauw water. Evenueel nog laten naweken in wat eucalan en die niet verder uitspoelen.
De trui voorzichtig uitknijpen (niet wringen) en op een dikke handdoek plat laten drogen.

Als de wol zo nattig op een platte handdoek ligt kun je de trui eventueel nog wat vormen. Bijvoorbeeld door het achterpand voorzichtig een klein beetje uit te trekken zodat het net wat langer wordt dan het voorpand. Of door wat schoudervorm in de yoke te vormen. In mijn geval rekte ik ook de mouwen bij de fair isle patronen een klein beetje op. Als wol nat is, is het elastisch. Eenmaal droog gaat het niet meer.
Inmiddels was het hier eind oktober. Ik had de trui in minder dan 3 weken afgekregen.

Of nou...af? De rits moet nog. En daar bleef het een beetje steken. Werk werd intussen steeds drukker en m'n hoofd stond niet naar ritsen. Bovendien was ik in de tussentijd ook aan de lopapeysa voor m'n man begonnen, want die wilde ik voor de Kerst afhebben.

En kijk eens hoe ontzettend ver ik daar inmiddels al mee ben!!! Alleen nog een klein stukje boord boven. En de oksels nog. Maar dan is het wassen, drogen en ben ik op precies hetzelfde punt als bij m'n eigen lopapeysa...de rits. Die ga ik dus mooi tegelijk doen in deel 2. Even geduld nog.